classicnl

Het verhaal van Winterreise

Deze week is de Week van de Winterreise op classicnl. In dit artikel lees je meer over het verhaal van deze liederencyclus van Franz Schubert. Winterreise is een van de meest bekende en beroemde liederencycli. De 24 liederen op teksten van Wilhelm Müller weten luisteraars en musici over de hele wereld in vervoering te brengen.


1827, de laatste winter

Nadat Schubert in 1827 zijn Winterreise voltooide, nodigde hij zijn vrienden uit voor een uitvoering. “Kom vandaag bij Schober, ik zal jullie een cyclus huiveringwekkende liederen voorzingen. Ik ben benieuwd wat jullie zeggen. Ze hebben mij meer aangegrepen dan ooit bij andere liederen het geval was”. De vrienden waren met stomheid geslagen door de sombere liederen die Schubert voordroeg. Schuberts vriend Spaun was ervan overtuigd dat de emotionele pijn waarmee hij Winterreise tot stand had gebracht, mede tot zijn vroege dood heeft geleid. In de tijd dat hij Winterreise componeerde, leed Schubert aan syfilis en ging hij gebukt onder ondraaglijke armoede. In 1827 beleefde hij zijn laatste winter.


Zoektocht van de mens naar zichzelf

Winterreise gaat over een man die is afgewezen door zijn geliefde en daarop heeft besloten om op reis te gaan. De liederen beschrijven zijn reis door een kaal en verlaten winterlandschap, dat de eenzaamheid van de reiziger reflecteert. We nemen je mee op reis, door in vogelvlucht een aantal van de bekende liederen uit de cyclus aan te doen.


Afscheid van een geliefde

De liederencyclus bestaat eigenlijk uit twee helften. In het eerste lied, ‘Gute Nacht’ neemt de hoofdpersoon afscheid van zijn geliefde en besluit hij om te vetrekken. Het heeft geen zin meer om langer bij haar huis te blijven rondhangen. Vervolgens beschrijft ‘Die Wetterfahne’ hoe de wind rond het huis waait en de windhaan de reiziger lijkt te bespotten.


Herinneringen

In het derde lied, 'Gefrorne Tränen', is de man inmiddels onderweg. Zijn tranen, die volgens hem heet genoeg zouden moeten zijn om de sneeuw te laten smelten, bevriezen in de kou. In de daaropvolgende liederen wordt hij geconfronteerd met herinneringen aan zijn geliefde. Hij trekt langs weilanden waar hij ooit een wandeling met haar maakte (‘Erstarrung’), een lindenboom waarin hij haar naam heeft gekrast (‘Der Lindenbaum’) en een bevroren beek, waar zijn tranen uiteindelijk in terecht zullen komen en waarin hij ook haar naam krast (‘Wasserflut’ en ‘Auf dem Flusse’). In ‘Rückblick’ kijkt hij vervolgens terug op zijn reis. Als hij aan de eerste ontmoeting met zijn geliefde denkt, wil hij nog eenmaal terugkeren.
 

Ellendige eenzaamheid 

Uit de rest van de cyclus blijkt dat er geen terugkeer meer mogelijk is. In het negende lied, ‘Irrlicht’, raakt de reiziger verdwaald in een rotskloof. Hij zit er niet mee, omdat alle wegen uiteindelijk naar hun doel zullen leiden. In ‘Rast’ stopt hij om uit te rusten, en merkt hij hoe vermoeid hij is. In ‘Frühlingstraum’ lijkt het beter met hem te gaan. Hij droomt van de lente en de liefde, maar als hij wakker wordt is het koud en donker. Hij beseft dat hij geen geluk meer zal vinden, behalve in zijn dromen. Een vrolijke omgeving maakt hem alleen maar ellendiger (‘Einsamkeit’), daarmee eindigt de eerste helft van de cyclus.
 

Verlangen naar de dood

De meeste liederen in de tweede helft van de cyclus worden gekenmerkt door het naderen van en verlangen naar de dood. Een voortrazende pianopartij verbeeldt de snelle postkoets die langsrijdt, maar helaas, zoals te verwachten was, had hij geen brieven voor hem bij zich ('Der Post'). De rijp kleurt het haar van de reiziger grijs (‘Der greise Kopf’), waardoor hij gelooft oud te zijn, niet ver verwijderd van het graf, en een kraai vliegt met hem mee (‘Die Krähe’). Al zijn hoop hangt hij aan een blad aan een boom, die vervlogen is als het blad op de grond valt (‘Letzte Hoffnung’). De reiziger komt langs een dorp met dromende mensen en geeft zelf toe dat hij alle dromen voorbij is ('Im Dorfe'). Hij vergelijkt zijn hart met een storm in ‘Der stürmische Morgen’ en laat zichzelf in ‘Täuschung’ misleiden door een licht dat hem een warm huis wijst. In ‘Der Wegweiser’ vraagt hij zichzelf af waarom hij op deze tocht zonder einde is vertrokken.
 

Is de muzikant de dood? 

In het  21e lied, ‘Das Wirtshaus‘, lijkt de reis tot een einde te zijn gekomen. De hoofpersoon komt aan bij een kerkhof, voorgesteld als een herberg. Maar er is daar geen plaats voor hem. Hij zingt zichzelf moed in ('Mut') en gaat weer op weg. De reiziger lijkt vrolijk, maar verkiest in ‘Die Nebensonnen’ de duisternis boven het licht. In het laatste lied (‘Der Leiermann’), het dramatische hoogtepunt van de cyclus, ontmoet hij eindelijk iemand: een muzikant met een draailier, wiens melodie te horen is in de piano. Niemand luistert naar hem, maar hij blijft maar spelen. De reiziger vraagt hem of hij met hem mee mag gaan. Over de betekenis van de muzikant wordt al eeuwenlang gediscussieerd. Mogelijk staat hij voor de dood.

Luister in de onderstaande playlist naar de complete cyclus, in verschillende uitvoeringen.